maandag 18 oktober 2010

De Dierenwinkel

Vijfentwintig jaar geleden opende Giebels 'Snuffels dieren winkel' aan de oude Houtweg. Hij deed dit niet uit liefde voor dieren. Of mensen. Of mensen die van dieren houden. En ook niet omdat hij dacht heel rijk te worden van zo'n alledaagse dierenzaak. Naast de gangbare hamsters en goudvissen is de afzet zeer beperkt. En de houdbaarheidsdatum van de producten is niet waanzinnig. Eigenlijk heeft Giebels geen idee waarom hij de zaak is gestart. Maar hij beheert het nog steeds. "En met trots" bedenkt hij zich wanneer hij s'morgens zijn zaakje binnen komt en zich eigenlijk stiekem afvraagt waarom hij ook alweer een eigen zaak heeft. Zoveel gedoe. Misschien was het idee onbewust ontstaan ooit om nertsen te gaan verkopen. Het was Giebels' namelijk wel eens opgevallen dat die krengen nergens te krijgen waren. Op zich logisch, want maar weinig mensen hebben dagelijks een sterke behoefte aan nertsen. Toch kon je er wel prachtige jassen van maken. Kinderen zijn bovendien (en gek genoeg) weg van die vieze jeukbeesten. Er moest een afzetmarkt zijn voor nertsen. Grote hoeveelheden. Iemand moest men alleen op het idee brengen, Giebels moest er niet aan denken de beesten zelf aan de lopende band de nek om te draaien. Maar die mensen zullen heus wel bestaan, er zijn wel gekkere figuren in deze wereld. Van die duistere types die Giebels wel eens in de trein zag staan wanneer hij onderweg was naar ons mams; zijn moeder. Korte nertsen moordenaars. Met hun lange baarden en dikke worst armen, stekende uit gescheurde bruine hemden. Wie weet of deze hemden zwart waren gekocht, of dat zij bevuild waren van het bloed van beesten dat deze types de nek om draaiden. Gewoon voor de lol. Werkelijk walgelijke wezens dit soort mensen. Maar minder walgelijk dan nertsen. Nertsen verkoop. Het was beslist een gat in de markt. De beste en snelste manier om nertsen te verkopen was door het oude dierenwinkeltje op te kopen op de hoek van de Houtstraat. Houtstraat met een hoofdletter H. Giebels krabt over zijn kop en slaakt een zucht. "Voor je het weet is het idee van de nertsenverkoop gevlogen en daar zit je dan vijfentwintig jaar later... met tal van beesten. Toch is het mijn lust en mijn leven!" Giebels krijgt bijna kriebels in zijn buik van deze gedachte. Dan realiseert hij zich weer wat voor flauwe kul hij zichzelf voor aan het houden is. Een vervelende nasmaak na zo'n vrolijke vlucht ver van de werkelijkheid. Giebels aait liefdevol het enige in de zaak waar hij echt om geeft: de kassa. Het bevat wellicht ooit genoeg centen welke zijn vrijspraak zouden zijn. Weg uit dit nare dierenhol. Helaas wordt je amper gevoed he, oude centenkist. Ik kus je." Giebels kust de geldlade en strooit de munten in de correcte vakjes. "Je hebt eeuwig honger. Omdat al die beesten je leegvreten. " Giebels laat een traan. Hij is even onder de indruk van zijn eigen emoties en overweegt of hij ooit een acteer carriere had moeten starten. Een nutteloze gedachten. Dichter had dus ook gekunt. Of kunstenaar. Giebels staart een moment naar de vale toonbank. Smerigheid. Er moest maar eens een sopje gehaald worden.

Op het exacte moment dat Giebels' zich omdraait op zijn weg naar het kraantje in de keuken dringt er een geluid zijn oren binnen dat zelden klinkt maandag om 9 uur s'morgens. "Het zal weer zo'n eenzaam wijf zijn." bedenkt Giebels zich. "We hebben momenteel geen pups..." begint hij terwijl hij zich terug draait. Zijn ogen zijn half open, zijn lippen statig getuit. "Je moet de taal van de klant spreken..." zegt Giebels altijd. "Lichaamstaal is daar ook een onderdeel van." Even schrikt Giebels, hij herinnert zich niet de voordeur van het slot te hebben gehaald. "Kunnen mensen dan nu al door deuren heen lopen? Minstens 200 jaar te vroeg." Hij fronst. De figuur die binnenkomt lijkt helemaal niet op een eenzame oude vrouw. Wel maakt de figuur een warrige indruk. "Ik kom geen pup kopen ben ik bang!" begint de figuur. "Het is die waardeloze Peterse."

"Goedemorgen Donald!" roept Peterse terwijl die moeizaam binnen komt gestrompeld. Vocht druppelt van zijn voorhoofd. Giebels kijkt even naar buiten of het regent. Geen druppels op de ruiten, het moet zweet zijn. Of een residu als gevolg van het door de deur lopen. Giebels snapt nog niet hoe Peterse het geflikt heeft. Hij trekt een vies gezicht. "Kan ik u ergens mee helpen meneer Peterse?"

Peterse strompelt tot aan de toonbank, kijkt dan even achterom of niemand hem de winkel in is gevolgd en doet dan zijn jas open. Het antwoord van Peterse lijkt een klein, pluizig poesje te zijn. Het grijze beestje kijkt even om zich heen. Angstig, maar minder bang dan men zou verwachten van een beestje dat net uit een binnenzak gegrist wordt. "Je kunt me zeker helpen Donald. Ik kom haar terug brengen."

Giebels kijkt minachtend naar de pluizenbal die hij Peterse nog geen twee weken geleden heeft aangesmeerd. Van dat geld was hij van plan een zwembroek te kopen. Of een balpen. Dan dringt het verzoek van Peterse tot hem door. Nukkig en verbaasd staart Donald Giebels in de ogen van meneer Peterse. De heer Peterse beantwoord de nukkige blik met een van pure wanhoop.
"Die Vlegel denkt dat ik op die manier medelijden met hem zal hebben..." bedenkt Giebels zich.
"Moet u luisteren meneer Giebels... Eh meneer Peterse...bedoel ik."
Giebels checkt even of Peterse zijn verspreking heeft opgevangen, of erger nog, of Peterse misschien reden denkt te hebben om hem gekscherend uit te glimlachen, ofzoiets. "Niet lachen, u begon zelf met naam grappen door mij bij mijn eerste naam te noemen."
Giebels' woorden lijken volledig langs Peterse heen te gaan. Peterse heeft al zijn aandacht op het grijze mormel gericht.
"U kunt natuurlijk niet van ons verwachten dat wij argeloos al onze producten terug nemen. We staan hier bij Snuffels dierenwinkel voor kwaliteit, en niets anders. Natuurlijk geloven we in niet goed geld terug, maar wij verkopen niets wat niet in orde is. We verkopen alleen het beste van het beste. Wat u bij ons koopt brengt u datgeen waar u naar op zoek bent. Anders zou u het namelijk niet gekocht hebben, is het niet? Nu is het me sowieso in de afgelopen 25 jaar dat ik dienst heb mogen doen als verkoper EN eigenaar van deze bijzondere toko, welke door de gewone man ook wel betrouwbare dierenwinkel genoemd wordt, dat een klant een BEEST terug komt brengen. Ander product allicht wel. Kattenbakken, hamsterkooien en zelfs honden speelgoed heb ik geretourneerd gezien, jawel. Sukkels die er niet goed mee om waren gegaan en van ons verwachten dat wij hun gedrag gaan aanmoedigen door kwaliteits producten terug te nemen. Welnu. Als u mij excuseert heer Peterse. Er moet gesopt worden. De toonbank is nog al viezig ziet u." Peterse kijkt versuft en doet geen aanstalte om weg te gaan. Giebels sluit zijn ogen en verbeeld zich alvast dat Peterse zijn conclusie trekt en begint aan zijn uittreden. Dan bedenkt hij zich. Als Peterse nu vertrekt betekend dat hij weldra weer drie uur alleen zal zijn. Een heerlijkheid. En toch ook niet. Wat als gedachten over nutteloosheid en dood hem weer komen plagen? Dan toch maar kijken of hij deze lummel van dienst kan zijn.

"Meneer Peterse. Mag ik u vragen waarom u dit schattige mormel waarvan ik de zorg ruim een week geleden aan u heb toevertrouwd plots wilt retourneren?!" De vraag werd gesteld met een trotse glimlach als dessert. Giebels had de gewoonte om mensen die iets van hem nodig hadden hoffelijk toe te spreken in een taalgebruik waar de belanghebbende flink van in de war diende te raken. Een eerste zet in een strategisch spel om onder elke eis vandaan te komen. "Als kleine ondernemer moet je mensen te slim af zijn" vond Giebels. Terwijl dit alles door hem heen ging staarde hij vlak langs Peterse naar de aquaria. De randen bovenin begonnen groen aan te slaan, viel hem op. En dat na de recente schoonmaak. Het was een dure aankoop geweest, dat aquarium. En alleen daarom al zou Giebels er zorg voor dragen dat de stagiair, Rudolf-ofzoiets (Giebels noemde de jongen, die Victor heette ook zo) de tanks binnenkort goed zou schrobben. Het tropisch product dat er in zat zou wellicht nog voor veel geld over de plank kunnen gaan en Giebels wilde niet het risico lopen dat het vroegtijdig zou sterven. Voor je het weet staan er nog meer van het soort schuinsmarcheerders als de heer Peterse in de winkel. "Wat een rotleven heb ik toch eigenlijk. Neen Giebels, even bij de les blijven..." bedacht hij zich.

Ergens in de verte hoorde hij dat Peterse mompelde. Iets over tevredenheid na de aankoop, een lief beest en de vrouw die de oorspronkelijke wens had gehad een dergelijk kattebeest in huis te halen. Giebels knikte en glimlachde vriendelijk. Peterse vervolgt zijn verhaal. "Jeanette heeft altijd al huisdieren gewild en in principe kon het nooit. Maar sinds een jaar, nu we in ons nieuwe huis zitten was de mogelijkheid eindelijk daar..." Giebels knikt maar droomt weg. Dit keer zijn de gedachten bij mevrouw Peterse. Jeanette de slet, zoals men haar op de middelbare school noemde. Giebels wist dat via zijn broer, Paul die met Jeanette in de klas had gezeten. Wat een lustige vrouw. Er waren velen mannen die haar vol verlangen aangaapte. "Wie had ooit gedacht dat ze bij zo'n derderangs tapijtverkoper zou blijven hangen?" Vroeg Giebels zich af. Ergens in een donker hokje van zijn gedachte zag hij zichzelf liggen in bed, met een foto van Jeannette de slet boven zijn bed. Stiekem genomen toen zij een keer een schoolboek op kwam lenen van Paul. Giebels voelde dat zijn penis langzaam aan het verharden was. Fronsend richt hij zijn aandacht weer op Peterse. En het grijze mormel, dat hem met grote zwarte ogen aankijkt. Het knijpt met de oogjes en er klinkt een zachte "miauw". Peterse staarde hem afwachtend aan. "Als of ze het hebben afgesproken!" Giebels schraapt zijn keel en draait zich om. Hij begint te ijsberen. "Als ik het dus goed begrijp, Peterse, heeft u de poes voor uw vrouw gekocht. Toch wilt u er afstand van doen op dit moment?" Een beetje onthutst staart Peterse Giebels aan.

"Ze staat ook achter deze beslissing! Gaat u daar gerust van uit meneer Giebels. Mag ik u Donald noemen?"
"Liever niet." bijt Giebels toe. "U kunt me beter vertellen waarom u dit prachtige exemplaar terug komt brengen." Hij staart Peterse wazig aan terwijl hij het beestje langzaam over zijn kop aait, iets wat hij normaal nooit bij "product" doet. Plotseling voelt Giebels een schok door zijn lijf gaan. Even veert hij op en heeft hij de neiging keihard te schreeuwen." KOM Jeannette. Geile SLET!" waren de woorden die bijna als luide donder over zijn lippen gerold kwam. In plaats daarvan schraapt hij zijn keel. Bij het samenknijpen van zijn billen laat hij een scheetje.

Peterse lacht niet. Hij kijkt Giebels nog altijd wanhopend en vragend aan. Dan glimlacht hij even en aait het poesje op de toonbank. "Het is een heel lief beestje! Echt waar. Jeannette en ik zijn er ook dol op... "
" ...en ik ben dol op Jeannette, je verdiend haar niet tapijtverkoper. Rotlul." denkt Giebels. Peterse vervolgt: "maar er zijn rare dingen gebeurd de laatste twee weken dat ze bij ons in huis is. Maxime, hebben we haar genoemd trouwens..."

Giebels knikt. "Wie is Maxime?" Hij kijkt naar de toonbank, die op haar beurt nog steeds op haar sopje wacht.
"Ons poesje. Ik vraag u vriendelijk haar terug te nemen, meneer Giebels. Donald."

"Ik neem niks terug. En noemt u me niet nog eens Donald, dat vind ik verwarrend. Meneer Giebels voldoet. Het is niks persoonlijk, maar als je in een dierenwinkel werkt is het beslist geen pretje als je dezelfde naam hebt als een beroemde eend. Maar dat gaat u verder niks aan. Giebels voldoet. Als ik in een historisch museum zou werken zou Donald wellicht voldoen. Dan lijkt Giebels misschien iets teveel op Goebbels. U weet wel, dat ongelukkig figuur uit het derde rijk? Ach wat weet u nu eigenlijk. Als ik een clown was zou als Giechels door het leven gaan, me dunkt. Maar nu drijven we wel heel ver af. Ziet u nu wat uw ridicule gedrag veroorzaakt? Zo komt het ons nooit tot zaken doen, u komt niet voor niets. Toch lijkt het er overigens op dat u voor niets bent gekomen. Mijnheer Peterse. Daar is het gat van de deur."
"In alle eerlijkheid meneer Giegels, Giebels...uhm Donald? We zijn dol op Maxime maar er zijn rare dingen gebeurd. Ik denk dat het met haar te maken heeft. U moet denken dat ik gek ben maar... "
"U haalt me de woorden uit de mond, maar ik zal mijn oordeel over uw geestelijke gezondheid voor me houden. Zoals het een bescheiden persoon als ik betaamd. Laat me raden, u heeft plots last van miskopen en probeert bij elke winkel de goede spullen die u voor een redelijke prijs van de hand zijn gedaan te retourneren zonder geldige reden? HAH!" Giebels lacht luid om zijn eigen komedie.
"Nee Donald." gaat Peterse verder, dit keer op ernstige toon.
"Giebels, noemt u me... Nogmaals. Ik noem u ook meneer Peterse, meneer Peterse."
"Sorry ja-...Giebels, sorry meneer Giebels- zat uw broer Paul trouwens niet bij mijn vrouw in de klas? Paul was zijn naam toch..?"
"Ah... het charme offensief is begonnen! Meneer Peterse ik waardeer het feit dat u toenadering zoekt tot zo'n simpele ziel als ik. Het heeft natuurlijk zijn voordelen om bij een ondernemer in het goede boekje te staan. Al verzeker ik u dat het geen doen zal zijn om hier tapijten neer te leggen, dat moet u begrijpen. Die beesten geven nu al zo'n troep ziet u." Giebels strijkt met zijn vinger langs de toonbank en houd deze daarna slechts enkele centimeters voor de neus van Meneer Peterse.
"Viezigheid! Dat zou ik elke dag uit dat tapijt moeten kloppen. Daar heb ik het te druk voor. Overigens ben ik bekend met het feit dat mijn simpele broer Paul met uw, excuseert u me het compliment, beeldschone vrouw in de klas heeft gezeten."

Peterse lijkt even van zijn stuk gebracht. Ondertussen zit Maxime rustig op de toonbank. Ze spint. "Luister Giebels, ik zal geen geld terug eisen."
Meneer Giebels trekt een vies gezicht. Even lijkt het of hij het uit wil schreeuwen. "De brutaliteit meneer Peterse!" staat er op zijn voorhoofd geschreven.
"Ik zal dus GEEN geld eisen." zegt Peterse snel, zonder dat zijn lippen al te ver van elkaar gaan. "Maar ik smeek u! Neemt u Maxime terug. We kunnen het niet meer aan. Giebels kijk onbegrijpend. Meneer Peterse vervolgt: "In het begin viel het ons niet zo op. Jeanette miste een BH en haar favoriete ondergoed. Ik miste een paar sokken. Toen viel het me een keer op dat we toch meer planten in het huis hadden moeten staan. De tuinkabouter is zelfs weg meneer Giebels... Eerst dachten we dat de schoonmaakster er achter zat. Maar die komt eens per week en er verdwijnen elke dag spullen."
Giebels staart Peterse schaapachtig aan. Probeert deze vlegel hem nu wijs te maken dat Maxime onderdeel is van een boeven netwerk? Verantwoordelijk voor diefstal?
Peterse vervolgt. "We bedachten ons dat het misschien aan Maxime kon liggen. Zij is de enige die altijd thuis is ziet u. Wat denkt u Giebels, hoe was ze in de winkel?"
Plotseling ging er een schok door Giebels heen. Het voeren van de dieren was altijd een onbelangrijke maar verplichte taak die hij eigenlijk onbewust uitvoerde. Maar plots bedacht hij zich dat er een grijs katje was uit het laatste nestje dat niet at. Hij had het nooit aan de moeder zien liggen. En ook later had hij het rustig in een hoekje zien zitten terwijl de broertjes en zusjes gulzig zijn bakje leeg vraten."
"Wat voert u haar?" vroeg Giebels op achterdochtige toon. "Maxime wordt gewoon twee, soms zelfs drie keer op een dag gevoerd! Wiskas, zoals u ons heeft aangeraden. Denkt u dat ze al onze spullen heeft opgegeten?!"
"Doe niet zo mal." snauwt Giebels. Maar van binnen wist Giebels dat het inderdaad was wat hij vermoedde.
"Er is niets mis met dit dier meneer Peterse, nu. Doet u niet zo mal en neemt uw huisdier en gaat u op huis aan."
"Dat zal niet gaan Giebels. Ik kan me haast niet voorstellen dat Maxime er ook echt wat mee te maken heeft maar Jeannette is er angstig van. Ze wil Maxime niet weg doen maar ik denk dat dit het best is."
"Wilt u nu weg gaan." Giebels wil het beest bekijken maar ziet haar niet zitten. Zou dit rare mormel echt verantwoordelijk zijn voor de verdwenen spullen? Plotseling bedacht hij zich hoe opgelucht hij was toen Peterse en zijn vrouw, slet Jeanette het beest hadden meegenomen.
Peterse klonk nu wanhopig. "Alstublieft GIEBELS. Ik laat haar hier..." Plotseling zag Giebels het beest weer zitten, recht voor hem op het aanrecht. Hij schrok. Het zag er lief en pluizig uit. Waarom schrok hij er zo van? Toen hij opkeek was Peterse op weg naar de deur. Als een dolle rent Giebels naar de deur. Net voor Peterse de kruk aanraakt duwt Giebels hem er vandaan en draait hij het op slot met de sleutels die hij in het slot had gelaten na het openen van de winkel. Met een snelle beweging trekt hij ze uit het slot en stopt ze in zijn zak. "Verdorie Peterse doet u eens normaal." Het volgende moment ligt Giebels op de grond. Peterse worstelt en grijpt naar de zak waar de sleutels in verdwenen zijn. Maxime kijkt bang en geschrokken naar de volwassen mannen die als twee dolle stieren in gevecht zijn. Giebels is buiten adem, het is jaren geleden sinds hij zoveel lichaamsbeweging heeft ervaren. Peterse is in betere vorm en het is hem bijna gelukt de sleutels van Giebels te vervreemden. Dan verstevigd Giebels zijn grip om de sleutels en gebruikt de punt van de pensleutel om een flinke tik in het oog van meneer Peterse uit te delen. De helft van de sleutel verdwijnt in de kas. Giebels heeft moeite het weer terug te trekken. Geschrokken deinen de twee allebei een andere hoek in.

"Het spijt me verschrikkelijk" begint Giebels. Er klinkt gesnik. Peterse huilt. Giebels begint spontaan mee te doen. "Ik smeek u Giebels. Ik doe alles er voor. Neemt u dat verschrikkelijke beest mee!"
Giebels voelt de drang om te brullen. Hij voelt zich een trotse leeuw die zo net een ondergeschikt mannetje terecht heeft gewezen en paringsrecht heeft op alle andere vrouwtjes uit de groep.
"Alles?" vraagt hij nog zonder over een eis te hebben nagedacht. Er is weinig wat de tapijt verkoper hem kan bieden.
"Een avond met Jeannette!" het is er uit voor hij er erg in heeft. De opwinding waarmee het gepaard gaat zorgt er voor dat hij zich nog machtiger voelt. Even is het stil. Peterse snikt en stemt in. "Voor uit. Maar ik kan u niet garanderen dat ze over te halen is."
Meneer Giebels gedachten gaan super snel op het moment. Hij voelt zich een super computer die op elk probleem wel een oplossing weet. "Ik heb verdovingsmiddel, het versuft, ze zal er slaperig van worden. U kunt haar wat toedienen in haar slaap? Ik heb niet lang nodig. Slecht een uur of twee." Giebels loopt naar de toonbank. Maxime zit nog altijd op dezelfde plek. Peterse krabbelt overeind naar de toonbank, zoekende naar iets wat hij over zijn linkeroogkas kan houden. Het bloed gestaag en hij voelt zich licht in zijn hoofd. Gebeurd dit echt allemaal?
Giebels loopt naar achter en komt binnen enkele seconden terug met een vochtige lap en een doosje. De lap geeft hij aan Peterse die het voorzichtig op zijn oog drukt. Hij slist even van de pijn. Giebels opent het doosje. U hoeft slechts dit in te spuiten. Zijn geslachtsdeel is gezwollen terwijl hij de instructies geeft. De naald is klein ziet u. Dit is het middel dat er in gaat. Het is vloeibaar. Heeft u wel eens een spuit voorbereid? Peterse schudt zijn hoofd. Hij snikt zachtjes terwijl Giebels de spuit gereed maakt. "Ik bereid het wel, u moet de juiste dosis hebben." Voorzichtig en met opperste concentratie voorziet hij de spuit van het versuffende middel.
Dan gaat alles ineens heel snel. Peterse pakt de spuit en ragt het in Giebels' voorhoofd. Beide vallen ze naar achteren. Peterse deelt nog een mep uit, in de kloten, vlak naast het harde geslachtsdeel van Giebels. Dan trekt Peterse de spuit terug en duwt hem in Giebels zijn linker oogkas. Giebels voelt vloeiende pijn, dat snel weer weg vloeit. Het verdovingsmiddel. Dan wordt alles zwart.

Wanneer Giebels weer bij komt staart Maxime hem aan. Ze spint. Buiten klinken vogels. Dan herrinnert hij zich weer wat er gebeurd is. Die dekselse Peterse en zijn rare gedrag. Giebels voelt voorzichtig aan zijn oog. Gestolt bloed. Zijn hoofd klopt. Voorzichtig komt hij overeind, wat nog niet makkelijk is. Zonder diepte te zien is het lastig in te schatten wat hij vast kan grijpen om hem overeind te houden. De waas voor zijn ogen wordt langzaam minder. De toonbank is nog steeds vuil en er zit hier en daar een bloedvlek op. Giebels fronst en loopt naar de deur. Dan blijft hij even staan bij de aquaria. Hij staart er enkele minuten naar om te controleren of zijn constatering klopt. Dat doet het. Leeg. Alle aquaria zijn leeg. Hij checkt de hamsterkooien. Leeg. Het terrarium? Leeg. Zijn hele winkel is leeg. Zou die verdraaide Peterse alles hebben meegenomen?! Dan kijk Giebels naar Maxime, die verdraaid gemoedelijk op de vale toonbank zit. Te spinnen.





zondag 2 mei 2010

De gevonden brief

Een Noemenswaardige brief


Misschien zijn dit wel de laatste woorden die ik op papier zet. Dacht hij. Klep keek naar zijn handschrift. Sierlijk was het niet. Misschien irriteerde hij zich zelfs een beetje aan de krasse krabbels die hier en daar het einde van een woord markeerden. Het schrift was opmerkelijk en daarom ook noemenswaardig. In het verleden hadden zijn vrienden er meerdere meldingen van gemaakt. Het was opmerkelijk en dus werd het genoemd. Bizar, inspirerend. Zo werd het beschreven. "Zo zouden ze deze brief wellicht ook omschrijven..." dacht Klep. Het schrijfsel zou opmerkelijk en noemenswaardig worden, dat moest wel. Klep zelf was dat al te lang niet. Dat had hij zich laatst gedurende een stevige schijtsessie gerealiseerd. Gek dat zo'n vulgaire bezigheid tot zulke diepgaande inzichten kan leiden. Klep had ooit besloten dat het niet zo zeer de bezigheid was, maar meer de situatie. Even alleen in een kamertje. Hoe vaak komt dat nu nog voor in een wereld van volle metro's, bussen en treinen. Drukke winkelstraten en volgepropte pleinen? Niet vaak. Dus daarom denkt men na op de pot. Mensen onderschatten de situatie. "Niemand praat ooit over mij." Was een van Klep's toilet inzichten geweest. "Mensen hebben het de hele dag over van alles en nog wat. De gootsteen die lekt en donkergroene vlekken achterlaat in het keukenkastje. De krantenjongen die altijd een dag later de reclame bladen door de brievenbus gooit dan dat hij het bij de buren aflevert. De bus die niet op tijd rijdt. Het is ten alle tijden minder belangrijk dan mijn persoon. En toch, om de een of andere reden is het noemenswaardig. Nummer vier noemen ze me ook echt." Bedacht Klep zich. "Ze" waren in dit geval zijn huisgenoten, de geadresseerden. De pen danst over het papier, losjes, sommige krabbels net uit de maat. Een donker rubber omhulsel zorgt ervoor dat het ding net niet uit zijn zweterige knuistjes glijd.


"Amsterdam, 21-04-2007


Lieve Huisgenoten,


Vanaf heden dagen ben ik niet meer hier. Dit betekend dat ik mij ergens anders bevind. Dat klopt ook. Mali, west Afrika. De missie is niet eenvoudig. Hij duurt 43 dagen. Ik ben vanmorgen vertrokken. Ik weet niet zeker of en wanneer ik terug kom. Meer kan ik er niet over uitweiden. Ik heb de afgelopen drie maanden survival training gehad. Momenteel ben ik top fit. Ik ben in staat meer dan tien kilometer te rennen op een dag. Ik heb geleerd om te jagen, en in een droge omgeving water te vinden of te winnen. Ik draag een AK type 47 met minimale kogelvoorraad.


Je snapt dat ik deze informatie eigenlijk ook niet kwijt mag. Daarom vraag ik jullie vriendelijk om deze brief te verbranden. Voor dringende berichten kan je mijn broer bereiken. Doe de afwas en zorg goed voor jezelf, dan zal ik hetzelfde doen.


Ik houd van jullie,


Klep.


PS. Ik zou jullie vriendelijk doch dringend willen verzoeken mijn kamer zo min mogelijk te betreden. "


Op de achterkant had Klep het volgende geschrevent:


"Zij die de dood niet zoeken zullen haar vinden. Zij die haar gezocht hebben zullen gevonden worden."


Een kleine glimlach glimt over klep's gezicht. Een gevolg van een mentaal beeld dat zich gevormd had. Het beeld bestond uit verontwaardigen gezichten. De emotie van zijn huisgenoten wanneer ze de brief van de deur zullen grissen. De toonhoogte waarop ze hun medemens om uitleg vragen. Het trachten te begrijpen en vervolgens zullen verwijzen naar het land der onuitlegbare verschijnselen. Dat maakte Klep niks uit. Waar het ook heen leidde, het zou niet onopgemerkt blijven. Het zou genoemd worden. Er zou over gepraat worden. Klep had slechts zijn moeder en broer ingelicht over zijn vertrek.


Het is 10 uur s'morgens wanneer huisgenoot één van vier de brief vind. De verwachte luide kreet word geslaakt. Het huis is nagenoeg leeg. Vuile vlekken en smerige sigaretten peuken vullen het vertrek waar de hoge tonen klinken. Het hol van feestbeesten. Samen met wit poeder dat her en der in koffiekopjes te vinden is vormen zij het bewijs dat er vele after-party's in het herenhuis gevierd worden. Het laatste woord wordt gelezen. Een reactie volgt "Ja hoor, wat is dit nu weer?" De telefoon word gepakt en huisgenoot Twee word gebeld. "Wist jij dat Klep zes weken weg is?" Aan de andere kant van de lijn klinkt er een afkeurend geluid. "Ik dus ook niet. Luister." De brief wordt volledig geciteerd, met hier en daar de nadruk op de laatste woord van de zin om aan te geven wat voor ridicule boodschap zij verkondigd. "Dat is toch te bizar voor woorden?" Ik kan dit dus niet uit staan! Het heeft geen enkele zin!" De stem aan de andere kant van de lijn lost sussende woorden. "Nee maar ik denk niet dat het zoiets is. Het is niks. Hij moet gewoon weg voor zijn werk en is over 6 weken gewoon weer terug. En als hij terug is dan ga ik er wat van zeggen! Ik ga het er met hem over hebben." Enkele frustraties betreffende de boodschap worden gedeeld voor het gesprek plots ten einde komt. Één besefte zich dat zijn laatste paar woorden samenvielen met twee pieptonen. "Wat krijgen we nou? Geen bereik ofzo?" Even kijkt Één stom naar de telefoon voor hij deze nog even aan zijn oor zet in de hoop dat dit het ding weer doet functioneren. Helaas. Pieptonen stellen hem op de hoogte van het feit dat Twee momenteel telefonisch onbereikbaar is. Met een zucht propte Één het toestel terug in zijn zak. Twee was aan het eind van het gesprek net zo verbaasd. Op de een of andere manier maakte dit niets uit. De frustratie was er nog steeds. Één wist niet wat hij er mee moest. Bij het betreden van de traphal trapte hij tegen de fiets die in de hal geparkeerd stond. Klep's fiets. Één vloekte en ervoer een moment van twijfel. En pijn. Zijn woede deed hem de fiets nogmaals een flinke trap te verkopen. Het hielp weinig. Gezond verstand zei dat het niet verstandig was. Woede won en dus vloog zijn enkel volop richting het achterwiel. Deze werd gemist. Het harde botsen van de trapper en de enkel was nu onvermijdelijk. Iets wat nog niet als een klap klonk schalde door het trappenhuis. Een pijnkreet volgde. Één kneep zijn ogen dicht terwijl hij zijn zere voet optilde. Naast zijn fatsoen verloor hij nu ook zijn balans. Zwaartekracht trekt hem de diepte van het trapgat in. Instinctief werpt Één zijn handen naar voren. Hulpeloos en zonder enig effect. Beide grijpen ze de derde traptrede alwaar het lichaam hen inhaalt. De rug vangt de eerste klap op waarna het lichaam haar weg naar beneden vervolgt. De klappen verhullen het gestommel en happen naar lucht. De vaart neemt toe. Het lichaam verstijfd van de pijn en blijkt niet in staat te voorkomen dat Één ook de tweede verdieping aan doet. Met rap tempo tuimelt de arme jongen tot de vloer van de eerste verdieping alwaar zijn achterhoofd voor de vierde maal er met een doffe knal contact mee maakt. Één's achterhoofd bloed. Het zou nog een kwartier duren voor de beheerder van het onderste pand, een jonge dame die net uit haar midlife crisis geklommen was hem zou vinden. Mevrouw Klat zal radeloos zijn. De jongen zal zojuist overlijden. De dood heeft hem gevonden.


Nog geen minuut nadat de auto de bellende oversteker geschept had stond het zwart van de mensen. De gestopte tram had hierbij geholpen. De weg werd nu bewandeld door nog zeker dertig man. Verscheidende hulpdiensten werden op de hoogte gesteld van het incident. Voor de jongen op de weg zou het weinig uitmaken bedachten de meest cynische onder de omstanders. Zijn hersenen lagen over een lengte van ongeveer een halve meter verspreid over de weg omgeven door een donkere substantie. Wellicht bloed. Het ambulance personeel dat nog geen minuut later was gearriveerd had niet eens een re-animatie gepoogd. De Politie zette de omgeving af. Omstanders probeerde zo dicht mogelijk bij de plaats delict te komen. Sommigen probeerde met getrokken telefoon een kiekje te maken. Ook Youtube zou niet van een videoverslag van het incident verstoken mogen zijn leek het. Een geleerde man was die morgen in de auto gestapt om tot dit punt in de tijd te reizen in een luxe Saab tot de voorbumper contact maken met de onoplettende overstekende jongeman. Meneer Saab stond met de handen in het haar vol afschuw het lijk te aanschouwen. Een journalist probeerde voorzichtig enkele unieke taferelen te vangen. Snelle gesprekken tussen het ambulance personeel. Geëmotioneerde politie agenten die gruwelend het publiek op afstand houden. "Dit wordt een noemenswaardig artikel" bedacht de journalist zich terwijl enkele vragen op de dichtstbijzijnde medisch personeel af vuurde. "Hoe denkt u dat deze jongen de dood heeft gevonden? Of heeft de dood hem gevonden? Denkt u de chauffeur nalatigheid verweten kan worden?" Een enkeling werpt een afkeurende blink in de richting van de journalist. Het maakt hem niks uit, morgen leest de helft van hen toch wel zijn artikel. "Jongen vind de dood, of heeft de dood hem gevonden?" Een mooie titel voor een artikel, bedacht de journalist zich.


Drie was te laat. Het geschreeuw van één had hem zo'n twintig minuten uit zijn slaap gehaald. Na de stilte had drie niet meer in slaap kunnen komen. Vervuld van de zaken die gedaan zouden moeten worden die dag stapte hij de douche onder. Op zijn weg naar de douche hield hij stil. Op de drempel van de voordeur lag een brief.


"Zij die de dood niet zoeken zullen haar vinden. Zij die haar gezocht hebben zullen gevonden worden."


Een frons vormde zich op zijn voorhoofd. Verbaasd graaide hij het papier van de vloer. Met open mond las hij het bericht. "Klep is gek." was de conclusie. Bij het weglopen kopt Drie de deur. "Auw feck!" was het commentaar. Een suffe loomheid betreed zijn brein. "Wakker worden en wegspelen onder de douche." besluit Drie zonder zich er al te kwaad om te maken. De badkamer deur wordt geopend. Het vertrek werd betreden. Na een korte douche droogde Drie zich af met zijn handdoek. Een rood-witte. Van Ajax. Op de weg naar zijn kamer drukte drie de aan-knop van het koffie-zet-apparaat in. Het apparaat begon braaf met verhitten. De koffie werd gezet. Donkere druppels druppelen in een grote Ajax mok die Drie zojuist van het aanrecht gegrist had. Hij voelde nog steeds een slaperige sufheid die maar moeilijk van hem af te schudden leek. Koffie. Met flinke teugen verdween de warme substantie van uit de overgrote rood-witte mok zijn keel in. Het goedje was heet. Niet te heet. Nog een teug. Even proefde Drie de vettige textuur van een solide substantie. Hij kon zich niet herinneren de mok ooit van suiker te hebben voorzien. Een opgetrokken wenkbrauw stond symbool voor zijn verontwaardiging. Drie smakte even waarna hij nog een slok nam. Ja. Er zat iets in zijn koffie. Drie schudde zijn hoofd. Zijn zicht vervormde in gekleurde strepen. Voorzichtig stond drie op om te kijken waar hij zijn mok gepakt had. De keuken leek ver weg. Een epische reis. Opstaan duurde uren. Zijn broek leek loodzwaar. Voorzichtig plaatste Drie voet voor voet vooruit. Halverwege zijn reis besefte hij dat het beter was als hij weer zou gaan zitten. Of liggen. Voorzichtig liet hij zich zakken. Zijn oogleden voelden loodzwaar. Zwart vulde zijn visie. Nog geen uur later zou Drie gevonden worden. Door twee rechercheurs met mid-life-mevrouw Klat in het kielzog.


De volgende dag keek Klat verdwaasd Tv. Al twee stations hadden melding gedaan van de incidenten. Zij zelf was een keer genoemd. Haar handen hadden sinds gister aan een stuk door getrild. Met een kop koffie in haar handen nam ze de krant door. Een enorme foto op de voorpagina informeerde over een incident voor de deur van het pand waar Klat de twee lijken had aangetroffen. Auto-ongeluk. De laatste twee alinea's werden gewijd aan wat blijkbaar huisgenoten waren van de jongen die onder de auto was geraakt. Het artikel sprak over drie huisgenoten. Piet Versnel. Rene Stok en Tim Vlug. Zij waren omgekomen. En hoe opmerkelijk. Zij werden gemist. Een vierde was niet aanwezig. Deze persoon werd verder niet genoemd.